Zitting van 23/02/2026

 

AANWEZIG

Nicolas CELIS - Burgemeester

 

Jérôme Delcourt, Valentine Donck, Florence van Hecke, Benoît-Xavier Broze - Schepenen

 

Murielle Jaubert, Emmanuel Froidbise, Anne Bens-Sterkmans, Isabelle Riera Cardon de Lichtbuer, Gwen Miserque, Eva Lauwers, Marina Siraut, Alain Braem, Gaëtan Matthys, Nathalie Berg - Raadsleden

 

Ronald Probst - wnd. Voorzitter

 

Geert Raymaekers - Algemeen directeur

 

 

VERONTSCHULDIGD

Jean Hermesse - Schepen

 

Olivier Mingers, Eléonore Lefebvre, Cécile Cornely, Alice Delvaux, Maud Oberwoits - Raadsleden

 

Jean-Pierre Butaye - Voorzitter

 

 

 

 

Overzicht punten

Cel secretariaat ondersteunende diensten. Notulen en zittingsverslag openbare zitting gemeenteraad 26 januari 2026. Goedkeuring.

 

 

OZ.1. Cel secretariaat ondersteunende diensten. Notulen en zittingsverslag openbare zitting gemeenteraad 26 januari 2026. Goedkeuring.

 

De gemeenteraad,

 

Voorgeschiedenis

26 januari 2026: openbare zitting gemeenteraad.

 

Feiten en context

Elk gemeenteraadslid heeft het recht om opmerkingen te maken over de redactie van de notulen en het zittingsverslag van de vorige vergadering.

 

Juridische gronden

          Decreet over het lokaal bestuur, in het bijzonder de artikelen 32, 277 en 278.

          Gecoördineerd huishoudelijk reglement van de gemeenteraad, in het bijzonder de artikelen 32 en 33 betreffende de notulen en het zittingsverslag.

 

BESLUIT:

Eenparig

 

Enig artikel: De raad keurt de notulen en het zittingsverslag van de openbare zitting van 26 januari 2026 goed.

 

Publicatiedatum: 31/03/2026
Overzicht punten

Algemeen directeur. Verhindering gemeenteraadslid en tijdelijke vervanging. Kennisname en beslissing.

 

 

OZ.2. Algemeen directeur. Verhindering gemeenteraadslid en tijdelijke vervanging. Kennisname en beslissing.

 

De gemeenteraad,

 

Voorgeschiedenis

16 januari 2026: e-mail van gemeenteraadslid Julie Dewulf.

 

Feiten en context

Op 16 januari 2026 deelde gemeenteraadslid Julie Dewulf via e-mail aan de voorzitter van de gemeenteraad mee dat zij verzoekt om als verhinderd beschouwd te worden, omwille van bevalling en ouderschapsverlof, en vervangen wenst te worden.

Zij voegt een attest van de geneesheer aan de vraag toe.

 

Juridische gronden

Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 6§3, 13, 14, 68, 70 en 71

Het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011

 

Argumentatie

Het gemeenteraadslid dat als verhinderd wordt beschouwd wordt vervangen door zijn opvolger, die wordt aangewezen overeenkomstig artikel 169 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011.

De vervanging dient te gebeuren door de eerste opvolger die hiertoe in aanmerking komt. 

Onderzoek van de geloofsbrieven wijst uit dat mevrouw Nathalie Berg in aanmerking komt voor de vervanging van raadslid Julie Dewulf.

De verkozen raadsleden van wie de geloofsbrieven werden goedgekeurd, leggen volgens artikel 14 in openbare vergadering de eed af in handen van de voorzitter.

Artikel 6 §3 van het Decreet over het lokaal bestuur bevat eveneens de tekst van de voorgeschreven eedformule: “Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.”

 

BESLUIT:

 

Artikel 1: Neemt kennis van de verhindering van raadslid Julie Dewulf, wegens ouderschapsverlof, met ingang vanaf 3 februari 2026.

Artikel 2: Stelt vast dat mevrouw Nathalie Berg aan de door de wet vereiste voorwaarden tot verkiesbaarheid voldoet en zich niet bevindt in één van de gevallen van onverenigbaarheid. Duidt Nathalie Berg aan als vervanger van Julie Dewulf voor de periode van verhindering wegens ouderschapsverlof.

Artikel 3: Neemt kennis van de eedaflegging van mevrouw Nathalie Berg in handen van de voorzitter van de gemeenteraad.

 

Publicatiedatum: 31/03/2026
Overzicht punten

Algemeen directeur. Reglement inzake delegatie van bevoegdheden en houdende vaststelling van de definitie 'dagelijks bestuur'. Beslissing.

 

 

OZ.3. Algemeen directeur. Reglement inzake delegatie van bevoegdheden en houdende vaststelling van de definitie 'dagelijks bestuur'. Beslissing.

 

De gemeenteraad,

 

Feiten en context

Om het besluitvormingsproces binnen het lokaal bestuur te vereenvoudigen en te optimaliseren, alsook om sneller en flexibeler te kunnen inspelen op noden, is het belangrijk dat de invulling van het begrip "dagelijks bestuur" goed gedefinieerd wordt en een aantal bevoegdheden gedelegeerd worden aan het College van Burgemeester en Schepenen.

 

Juridische gronden

        Artikel 41 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bepaalde bevoegdheden kan toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.

        Artikel 41, 8° van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van wat onder het begrip "dagelijks bestuur" moet worden verstaan.

        Artikel 41, 10° a van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de plaatsingsprocedure en het vaststellen van de voorwaarden van overheidsopdrachten, tenzij de opdracht past binnen het begrip "dagelijks bestuur", vermeld in punt 8°, waarvoor het college van burgemeester en schepenen bevoegd is.

        Wet van 17 juni 2016 inzake de overheidsopdrachten

        Koninklijk besluit van 18 april 2017 inzake plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren, en latere wijzigingen

        Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten

 

Argumentatie

In het kader van de nieuwe legislatuur is het aangewezen het begrip "dagelijks bestuur" opnieuw te definiëren.

Een eerdere beslissing hieromtrent werd getroffen door de gemeenteraad, in zitting van 21 december 2017.

Het is belangrijk om het begrip "dagelijks bestuur" op maat van de organisatie te bepalen en de bevoegdheidsverdeling tussen gemeenteraad/OCMW-raad en het college van burgemeester en schepenen, respectievelijk het vast bureau duidelijk af te lijnen

In het kader van de verdere integratie van gemeente en OCMW zal de invulling van het begrip "dagelijks bestuur" voor beide organisaties gelijk getrokken worden. 

Voor het OCMW werd momenteel nog geen invulling gegeven aan het begrip.

Om het besluitvormingsproces te vereenvoudigen en te optimaliseren, alsook om sneller en flexibeler te kunnen inspelen op noden, is het aangewezen om de invulling van het begrip "dagelijks bestuur" zorgvuldig te definiëren. De regelgeving biedt hiertoe diverse mogelijkheden.

Ook het afsluiten van bijvoorbeeld samenwerkingsovereenkomsten zonder financiële impact, verwerkingsovereenkomsten in het kader van GDPR, enzovoort, kunnen gedelegeerd worden aan het college of het vast bureau.

A. Wat betreft overheidsopdrachten

De gemeenteraad is in principe bevoegd om de voorwaarden van de overheidsopdracht en de plaatsingsprocedure vast te stellen (artikel 41, 2de lid, 10° van het Decreet over het Lokaal Bestuur (hierna DLB)).

Deze principiële bevoegdheid kan door de gemeenteraad gedelegeerd worden aan het college van burgemeester en schepenen, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Zo zal het college de voorwaarden en de plaatsingsprocedure van de overheidsopdracht kunnen vaststellen indien de overheidsopdracht past binnen het begrip ‘dagelijks bestuur’ (art. 41, 2de lid, 10°, a) en art. 56, § 3, 5° DLB). Het invullen van dit begrip behoort tot de bevoegdheid van de gemeenteraad, een bevoegdheid die niet gedelegeerd kan worden aan het college (art. 41, 2de lid, 8° DLB).

Een goede definiëring van het begrip dagelijks bestuur bij overheidsopdrachten stelt het bestuur en de administratie in staat om soepel te werken, gelet op de frequentie van vergaderen van enerzijds de raad en anderzijds het college. 

Voor exploitatie worden de grenzen met betrekking tot de definiëring van "dagelijks bestuur" op een hoger niveau gelegd dan voor investeringen, gelet op de intrinsieke aard van investeringsprojecten.

Overheidsopdrachten die passen binnen het begrip "dagelijks bestuur", zijn de volgende:

1° het vaststellen van de wijze waarop de opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten worden toegewezen en het vaststellen van de voorwaarden ervan voor opdrachten die gegund worden op de kredieten van het exploitatiebudget (gewone dienst), zowel eenmalige als meerjarige opdrachten;

2° het vaststellen van de wijze waarop de opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten worden toegewezen en het vaststellen van de voorwaarden ervan voor opdrachten die gegund worden op kredieten van het investeringsbudget (buitengewone dienst) én waarvan het geraamde bedrag niet hoger is dan 30.000 euro exclusief btw

3° beslissingen inzake de toetreding tot raamcontracten en aankoopcentrales.

B. Wat betreft overeenkomsten

Wat dagelijks bestuur bij overeenkomsten betreft, is het ook aangewezen dit te definiëren, om het bestuur in staat te stellen om soepel te werken en de continuïteit van de dienstverlening te verzekeren, gelet op de frequentie van vergaderen van raad en college. 

Onder dagelijks bestuur valt:

-het goedkeuren van overeenkomsten zonder financiële impact;

-het goedkeuren van overeenkomsten, waarvan de financiële impact is voorzien op het exploitatiebudget en die het bestuur niet verbinden voor meer dan een jaar;

-het goedkeuren van overeenkomsten, voor maximum 4 jaar, waarvan de financiële impact is voorzien op het exploitatiebudget en dit voor een maximumbedrag dat gelijk is aan het bedrag dat ook geldt als grens voor het gebruik van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, zoals bepaald in de wet van 17 juni 2016 inzake de overheidsopdrachten.

C. Wat betreft personeelsbeheer

Rechtspositieregeling

Het vaststellen van de (lokale) rechtspositieregeling van het personeel behoort tot de delegeerbare bevoegdheden van de raden.

De rechtspositie is het volledige geldelijke en administratieve statuut van de personeelsleden van het lokaal bestuur. Deze is onderhevig aan wijzigingen opgenomen in diverse hogere normen.

Deze normen wijzigen frequent, waarbij ook de lokale rechtspositieregeling moet worden gewijzigd.

Door een delegatie aan het college en het vast bureau wordt vermeden dat noodzakelijke wijzigingen niet tijdig doorgevoerd zouden kunnen worden door de administratieve procedures die eigen zijn aan dossiers die op de raden worden geagendeerd. Dit heeft bijkomend als voordeel dat de agenda’s van de raden niet onnodig worden verzwaard.

Personeelsformatie/organogram

Het vaststellen van de (lokale) formatie en het organogram van het personeel behoort tot de delegeerbare bevoegdheden van de raden.

Het is belangrijk om snel en efficiënt te kunnen inspelen op nieuwe taken die aan de lokale besturen worden opgelegd (bv. BOA-decreet) of de impact van Vlaamse of federale maatregelen te kunnen ondervangen (bv. beperking werkloosheid), onverwachte gebeurtenissen het hoofd te kunnen bieden (bv. covid), in te spelen op wijzigende arbeidsmarktomstandigheden,.....

Door een delegatie aan het college en het vast bureau wordt vermeden dat noodzakelijke aanpassingen, bijsturingen,...aan organogram en formatie niet tijdig doorgevoerd zouden kunnen worden door de administratieve procedures die eigen zijn aan deze dossiers.

 Andere reglementen inzake personeelsaangelegenheden

Het vaststellen van andere reglementen over personeelsaangelegenheden dan de (lokale) rechtspositieregeling van het personeel behoort eveneens tot de delegeerbare bevoegdheden van de raden.

Het gaat dan over diverse reglementen met betrekking tot personeelsaangelegenheden zoals het reglement voor de jobstudenten, flexi-jobbers, arbeidsreglement, …

Ook hier is er vaak een impact van snel wijzigende hogere normen. Daarnaast gaat het vaak ook over louter praktische wijzigingen. Indien deze wijzigen via een raad moeten passeren, is het gewicht van deze administratieve procedure vaak niet in verhouding tot de inhoud van de door te voeren aanpassing.

Dadingen

Het is aangewezen dat alle bevoegdheden m.b.t. het werkgeverschap, die voortvloeien uit de rol als aanstellende overheid, homogeen en helder bij hetzelfde bestuursorgaan worden gelegd.

Op deze manier nemen we zowel onze verantwoordelijkheid op naar de betrokken medewerker als naar de organisatie.

Het afsluiten van dadingen met medewerkers, met uitzondering van deze medewerkers waarvan de aanstellingsbevoegdheid uitdrukkelijk is voorbehouden aan de gemeenteraad, is gekoppeld aan het behandelen van individuele personeelsdossiers, waarvan de bevoegdheid reeds bij het college van burgemeester en schepenen.

Teneinde een discreet en snel traject op te zetten, én ten volle gebruik te maken van de voorziene delegatie in het decreet Lokaal Bestuur, wordt voorgesteld om de bevoegdheid om dadingen af te sluiten met personeel n.a.v. een beëindiging van het dienstverband, te delegeren van de gemeenteraad naar het college van burgemeester en schepenen en vast bureau.

 

Financieel advies

Aan deze beslissing zijn enkel organisatorische consequenties verbonden, geen financiële.

 

BESLUIT:

Eenparig

 

Artikel 1: de beslissing van de gemeenteraad van 21 december 2017 wordt opgeheven met ingang van 1 maart 2026.

Artikel 2:

A. Dagelijks bestuur en overheidsopdrachten 

Overheidsopdrachten die passen binnen het begrip "dagelijks bestuur", zijn de volgende:

1° het vaststellen van de wijze waarop de opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten worden toegewezen en het vaststellen van de voorwaarden ervan voor opdrachten die gegund worden op de kredieten van het exploitatiebudget (gewone dienst);

2° het vaststellen van de wijze waarop de opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten worden toegewezen en het vaststellen van de voorwaarden ervan voor opdrachten die gegund worden op kredieten van het investeringsbudget (buitengewone dienst) én waarvan het geraamde bedrag niet hoger is dan 30 000 euro exclusief btw

3° beslissingen inzake de toetreding tot raamcontracten en aankoopcentrales.

Artikel 3:

Dagelijks bestuur en overeenkomsten

Onder "dagelijks bestuur" valt, tenzij expliciet behorende tot de bevoegdheid van de gemeenteraad:

- het goedkeuren van overeenkomsten zonder financiële impact;

- het goedkeuren van overeenkomsten, waarvan de financiële impact is voorzien op het exploitatiebudget en die het bestuur niet verbinden voor meer dan een jaar;

- het goedkeuren van overeenkomsten, voor maximum 4 jaar, waarvan de financiële impact is voorzien op het exploitatiebudget en dit voor een maximumbedrag dat gelijk is aan het bedrag dat ook geldt als grens voor het gebruik van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, zoals bepaald in de wet van 17 juni 2016 inzake de overheidsopdrachten.

Artikel 4:

Personeelsbeheer

in het kader van het algemeen personeelsbeheer van de diensten, worden als daden van dagelijks bestuur beschouwd:

-vaststellen van de rechtspositieregeling van het personeel;

-vaststellen van formatie en organogram van het personeel;

-vaststellen van andere reglementen over personeelsbeheer;

-aangaan van dadingen (met uitzondering van dadingen met betrekking tot personeelsleden, waarvan de aanstellingsbevoegdheid is voorbehouden aan de gemeenteraad).

Artikel 5:

Dit besluit treedt in werking vanaf 1 maart 2026 en vervangt vanaf deze datum alle voorgaande gemeenteraadsbesluiten over het dagelijks bestuur.

 

Publicatiedatum: 31/03/2026
Overzicht punten

Algemeen directeur. Terbeschikkingstelling perceel grond als educatieve boomgaard. Beslissing.

 

 

OZ.4. Algemeen directeur. Terbeschikkingstelling perceel grond als educatieve boomgaard. Beslissing.

 

De gemeenteraad,

 

Feiten en context

De gemeente Wezembeek-Oppem stelt sinds 1996 een gemeentegrond gratis ter beschikking van de vereniging "De Boomgaard". De oppervlakte bedraagt ongeveer 2l are (benaderend 85 m lengte x 25 meter breedte).

Het betrokken terrein is gelegen aan het einde van de Kerkhofstraat, achter de zaal Merlijn, grenzende aan het kerkhof van Sint-Lambrechts-Woluwe.

 

Juridische gronden

Decreet Lokaal Bestuur, in het bijzonder artikel 41, 11°.

 

Argumentatie

De vereniging "De Boomgaard" kreeg de beschikking over het terrein met een didactisch doel.

Het didactisch doel bestond en bestaat er in op deze grond een boomgaard op de oude wijze in te richten met een maximale verscheidenheid aan traditionele fruitvariëteiten.

De kosten met betrekking tot aanleg en onderhoud werden en worden door de vereniging gedragen.

De rol van de gemeente beperkte en beperkt zich tot het ter beschikking stellen van het terrein.

Het hoofddoel van de vereniging blijft tot op heden ongewijzigd, namelijk het ter beschikking stellen aan de scholen, de verenigingen en alle geinteresseerde personen van de gemeente Wezembeek-Oppem, van een bijkomende infrastructuur over een materie die dreigt verloren te gaan.

De vereniging verbindt er zich toe een maximum aan activiteiten te ontwikkelen in samenwerking met de hiervoor vermelde scholen en verenigingen.

De boomgaard is intussen tot wasdom gekomen.

De overeenkomst, afgesloten in 1996, is intussen ten einde gekomen.

Het is aangewezen de overeenkomst te vernieuwen, met het oog op de juridische zekerheid van de vereniging en mits behoud van de bestemming en doelstellingen van de vereniging.

 

Financieel advies

De toekenning gebeurt ten kostelozen titel.

 

BESLUIT:

Eenparig

 

Artikel 1: aan de vereniging "De Boomgaard", vertegenwoordigd door Dhr. Charles Carels, wonende Krommestraat 39/6 te 1970 Wezembeek-oppem, wordt kostenloos een gemeentegrond met een oppervlakte van ongeveer 2l are, zoals aangeduid op bijgevoegd plan, ter beschikking gesteld voor een periode van 20 jaar, die een aanvang neemt op 1 maart 2026 en conform de voorwaarden, zoals opgenomen in de terbeschikkingstellingsovereenkomst, eveneens gevoegd in de bijlage.

 

Artikel 2: machtigt voorzitter en algemeen directeur de overeenkomst te ondertekenen.

 

Publicatiedatum: 31/03/2026
Overzicht punten

Financiële dienst. Belastingreglement tweede verblijven. Actualisatie 2026-2031.

 

 

OZ.5. Financiële dienst. Belastingreglement tweede verblijven. Actualisatie 2026-2031.

 

De gemeenteraad,

 

Feiten en context

De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.

Er is een grote druk op de woningmarkt waardoor de betaalbaarheid van woningen en de woningkwaliteit bedreigd worden. Het woningaanbod dient gemaximaliseerd te worden.
De registratie en het belasten van de leegstand, de tweede verblijven en de woningen waar niemand is ingeschreven zijn een hulpmiddel om dit doel te bereiken.

Het belastingreglement op de tweede verblijven van 30 maart 2015 dient geactualiseerd te worden.

 

Juridische gronden

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

        Bestuursdecreet van 7 december 2018.

        Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        Besluit van de gemeenteraad van 30 maart 2015 houdende de goedkeuring van het "Belastingreglement op de tweede verblijven".

        Beslissing van het college van Burgemeester en schepenen van 13 januari 2026.

 

Argumentatie

Het woonbeleid van de gemeente is erop gericht om een divers en zo groot mogelijk aanbod van betaalbare en kwaliteitsvolle woningen te bekomen. De belastingreglementen op leegstand en op de tweede verblijven zijn hier een belangrijk beleidsinstrument voor.

Woningen waar op 1 januari van het aanslagjaar niemand is ingeschreven in het bevolkingsregister worden beschouwd als tweede verblijf.

Het belastingreglement is sedert 2015 niet geactualiseerd. Volgende elementen en artikelen dienen aangepast te worden.

Artikel 2 :"Als een woning wordt beschouwd: een onroerend goed of gedeelte ervan (zoals huis, appartement en studio) dat hoofdzakelijk is bestemd voor de huisvesting van een gezin of een alleenstaande. Het gaat hier over elke woning dus ook grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden, en de met chalets gelijkgestelde caravans.

Als tweede verblijf wordt beschouwd: een woning waar op 1 januari van het aanslagjaar niemand is ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister van de gemeente of waarvoor nog geen aanvraag tot inschrijving is ingediend of niet beschikt over een bijlage 33 voor de buitenlandse grensstudenten en waarvoor deze persoon ook nog geen aanvraag tot inschrijving heeft ingediend.

Als op het adres van zo’n woning niemand  in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister is ingeschreven of er geen aanvraag voor werd ingediend, dan is er een weerlegbaar vermoeden dat de eigenaar, huurder of gebruiker ze gebruikt als tweede verblijf.

Multi-eigendom: bij multi-eigendom is de multi-eigenaar gedurende een beperkte, periodisch weerkerende tijd deels of volledig eigenaar van een onroerend goed en de bijhorende accommodatie. De multi-eigenaar beschikt over een percentage van het gebruiksrecht van het onroerend goed."

 

De definitie van tweede verblijven blijft de basis voor de aanslag. In het kader van gelijkheid van burgers worden het aantal gevallen van woningen die niet vallen onder de belasting op de tweede verblijven beperkt. Het is de niet-inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning op 1 januari van het aanslagjaar dat de basis vormt van de belasting. Artikel 2 wordt als volgt aangepast:

"Als tweede verblijf wordt beschouwd: een woning waar op 1 januari van het aanslagjaar niemand is ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister van de gemeente of waarvoor nog geen aanvraag tot inschrijving is ingediend of niet beschikt over een bijlage 33 voor de buitenlandse grensstudenten en waarvoor deze persoon ook nog geen aanvraag tot inschrijving heeft ingediend.

Als een woning wordt beschouwd: een onroerend goed of gedeelte ervan (zoals huis, appartement en studio) dat hoofdzakelijk is bestemd voor de huisvesting van een gezin of een alleenstaande. Het gaat hier over elke woning dus ook grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden, en de met chalets gelijkgestelde caravans.

Multi-eigendom: bij multi-eigendom is de multi-eigenaar gedurende een beperkte, periodisch weerkerende tijd deels of volledig eigenaar van een onroerend goed en de bijhorende accommodatie. De multi-eigenaar beschikt over een percentage van het gebruiksrecht van het onroerend goed."

Artikel 3 : Het bedrag van de belasting is sedert het invoege gaan van het belastingreglement op tweede verblijven in 2015 onveranderd gebleven. Om deze reden is het wenselijk het belastingsbedrag te  verhogen tot 1000 euro en nadien jaarlijks te indexeren (gezondheidsindex).

Artikel 5 - Vrijstellingen

Artikel 5, 1°: "Een woning waarvan de houder van het zakelijk recht omwille van ziekte, ongeval of hoge leeftijd langdurig op een andere plaats verblijft en daar ingeschreven is in de bevolkingsregisters en voor zover hij of zij de laatste gedomicilieerde bewoner is".

Hierbij is de vrijstelling niet beperkt in de tijd.  Voorstel om de vrijstelling in tijd te beperken tot maximaal twee aanslagjaren.

Artikel 5, 4° : "Een woning waarvan het zakelijk recht definitief verworven is gedurende de laatste zes maanden voorafgaand aan het aanslagjaar, voor één aanslagjaar volgend op de verwerving van het onroerend goed".

Het definitief verwerven van een vast goed neemt enige maanden in beslag. Om deze reden is het aangewezen de termijn van zes maanden te verhogen tot twaalf maanden (van 1 januari tot 31 december).

Artikel 5, 7° : "De gebouwen en woningen die het voorwerp uitmaken van grondige verbouwingen of renovaties, mits aanvraag of aflevering van een goedgekeurde stedenbouwkundige vergunning. De vrijstelling geldt maximaal voor een periode van 2 jaar vanaf de afgifte  van de oorspronkelijke stedenbouwkundige vergunning."

Dit artikel dient afgestemd te worden op de huidige geldigheidsduur van een afgeleverde omgevingsvergunning: een omgevingsvergunning is tot twee jaar na het afleveren van de vergunning geldig. Binnen deze periode moeten de werken aangevat worden. Na de start der werken moet het gebouw binnen de drie jaar winddicht zijn. In het kader voor het bekomen van een vrijstelling op de belasting tweede verblijven (bij verbouwing) kan dezelfde redenering gevolgd worden. Met dien verstande dat de aanvrager jaarlijks een verlenging van de vrijstelling kan aanvragen voor zover hij kan aantonen dat de woning niet bewoonbaar is. Deze bijkomende vrijstellingen kunnen maximaal tot drie maal na de start der werken aangevraagd en bekomen worden. 

Artikel 5, tweede lid - "Vallen niet onder de toepassing van de belasting op de tweede verblijven"

5° : "De gebouwen en de woningen die verhuurd zijn aan diplomatiek en consulair personeel, alsook de ambtenaren van internationale organisaties die ingevolge hun statuut ontheven zijn aan de verplichting om zich in te schrijven in de gemeente waar zij verblijven of zich vestigen";

6° : "Een woning die ter beschikking wordt gesteld aan de rechtspersonen bedoeld in artikel 1717, 3° lid van het burgerlijk wetboek met het oog op de onderverhuring voorzien in datzelfde artikel;"

Gezien het bestaan en het gebruik van woonentiteiten waar niemand is ingeschreven in het bevolkingsregister evenzeer als door gedomicilieerde personen bewoonde woonentiteiten aanleiding geeft tot kosten die door de gemeente worden gedragen inzake investeringen onder andere in openbaar domein, openbare dienstverlening, veiligheid, administratie en afvalbeheersing. De gebruikers van tweede verblijven, zijnde de eigenaar, huurder of een andere gebruiker, halen wel voordeel uit de stedelijke dienstverlening, doch dragen er niet fiscaal toe bij, zodat het redelijk verantwoord is dat ook zij een billijke bijdrage leveren en dat op de tweede verblijven een belasting wordt geheven.  Op basis van gelijkheid is vrijstelling van de belasting voor woningen, bewoond door diplomaten e.d,. niet langer te verantwoorden.

De in artikel 5, tweede lid , 5° en 6° betreffende woningen verhuurd aan diplomaten en dergelijke dienen geschrapt te worden.

Artikel 5, tweede lid, 12°:  "Woningen eigendom van sociale huisvestingsmaatschappijen".

Gelet op de hervorming van de sociale huisvestingsmaatschappijen tot woonmaatschappijen dient de term "sociale huisvestingsmaatschappijen" gelezen te worden als "woonmaatschappij".

Artikel 6, eerste alinea: Aangifteplicht

"De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat, door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend en desgevallend voorzien met de nodige bijlagen, vóór de erin vermelde vervaldatum dient te worden teruggestuurd. ... "

Gelet op de informatisering van de maatschappij en de mogelijkheden om administratieve handelingen te vereenvoudigen via online formulieren kan het artikel als volgt aangepast worden:

"De belastingsplichtige ontvangt een uitnodiging van het gemeentebestuur (per post of digitaal) om het online aangifteformulier in te vullen en dit behoorlijk ingevuld, ondertekend en desgevallend voorzien van de nodige bijlagen, terug te bezorgen binnen de opgegeven termijn. De terugbezorging gebeurt bij voorkeur per e-mail naar een het in de brief opgegeven e-mailadres (vb. wonen@wezembeek-oppem.be". De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden, uiterlijk op 1 maart van het aanslagjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen. In geval van eigendomsverwerving in de loop van het jaar, dient de aangifte binnen de maand te geschieden."

Op uitdrukkelijke vraag kan het aangifte formulier op papier bezorgd worden aan de belastingsplichtige.

Artikel 9 : Algemene bepalingen

"De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen."

Gelet op de digitalisering kunnen de bezwaarschriften ook per e-mail ingediend worden op het op het aanslagformulier vermelde e-mailadres (belastingen@wezembeek-oppem.be) of in voorkomend geval via een onlineformulier.

artikel 10:  "Het belastingreglement op de tweede verblijven van 23 oktober 1997 zoals aangepast op 10 september 2001, 17 december 2001 en 9 december 2002, wordt opgeheven vanaf het in voege treden van onderhavig reglement." wordt :

"Het belastingreglement op de tweede verblijven van 30 maart 2015 wordt opgeheven vanaf het in voege treden van onderhavig reglement.

Het belastingreglement op tweede verblijven gaat in met terugwerkende kracht op 1 januari 2026.

 

BESLUIT:

Stemming: 

 

14 stemmen voor: Nicolas CELIS, Jérôme Delcourt, Valentine Donck, Florence van Hecke, Benoît-Xavier Broze, Murielle Jaubert, Emmanuel Froidbise, Anne Bens-Sterkmans, Gwen Miserque, Eva Lauwers, Marina Siraut, Gaëtan Matthys, Nathalie Berg en Ronald Probst

 

2 stemmen onthouding: Isabelle Riera Cardon de Lichtbuer en Alain Braem

Motivatie onthouding Isabelle Riera Cardon de Lichtbuer: Mevrouw Riera motiveert de onthouding op basis van de stijging van de onroerende voorheffing en de belasting op de leegstand. Zij acht de belasting te gemakkelijk te ontwijken.

 

Enig artikel:  Het belastingreglement op de tweede verblijven van 30 maart 2015 wordt geactualiseerd. Het aangepaste reglement in bijlage wordt goedgekeurd.

 

Publicatiedatum: 31/03/2026
Overzicht punten

Financiële dienst. Concessie kinderdagverblijf Vosberg. Goedkeuring toewijzingsleidraad en concessieovereenkomst.

 

 

OZ.6. Financiële dienst. Concessie kinderdagverblijf Vosberg. Goedkeuring toewijzingsleidraad en concessieovereenkomst.

 

De gemeenteraad,

 

Feiten en context

Het is de ambitie van het bestuur om bijkomende, kwalitatieve opvangplaatsen te creëren in onze gemeente, maar deze te laten uitbaten door een externe partner.

Het voormalige Passionistenklooster Mechelsesteenweg 82 te Wezembeek-Oppem wordt omgevormd tot een co-housingproject. Er worden woongelegenheden gecreëerd voor 29 gezinnen, met een aantal gemeenschappelijke ruimten en functies. Er worden ook een aantal studio’s voorzien voor jongeren, senioren of personen met een verminderde mobiliteit.

Wezembeek-Oppem wordt in dit project eigenaar van een ruimte met aansluitende tuin waar zij door middel van voorliggende concessie een kinderopvang wil huisvesten.

Een looptijd van 15 jaar wordt voorzien, twee maal verlengbaar met telkens 5 jaar. Om gebruik te kunnen maken van de VIPA-subsidiëring dienen er 19 opvangplaatsen in totaliteit voorzien te worden. Daarnaast moet er gewerkt worden met inkomensgerelateerde plaatsen.

Voor de concessie van het kinderdag De Vosberg werd een procedure  in verschillende  fases uitgewerkt.

Deze procedure werd goedgekeurd in de gemeenteraad van 15 september 2025.

Omschrijving van de fases:

FASE 1: een inschrijvingsperiode en selectie van de kandidaten:

        Selectie van de kandidaten op basis van hun ingediend dossier.

        Uiterste indieningsdatum van de kandidaturen was 18 november 2025 om 10u.

        Alle kandidaten worden van de selectie respectievelijk niet-selectie en van de motieven hiervoor op de hoogte gebracht.

FASE 2: een gespreksfase met de geselecteerde kandidatenover het voorwerp en devoorwaarden van de concessie.

        Meer bepaald werden  de risicofactoren of aandachtspunten, het voorgestelde uitbatingsconcept en het financieel plan, besproken.

        Deze gespreksfase had plaats op 18 december en 22 januari.

FASE 3: een fase waarin een voorstel van uitbating wordt gedaan door de geïnteresseerde geselecteerde kandidaten.

        Hierbij wordt de officiële toewijzingsleidraad (bestek) opgestuurd naar de overblijvende kandida(a)te(n). Deze toewijzingsleidraad (zie bijlage) samen met een ontwerp van concessieovereenkomst (zie bijlage) wordt hierbij voorafgaandelijk voorgelegd aan de gemeenteraad.

FASE 4: een fase waarin eventueel nog kan onderhandeld worden over de uitbatingsvoorstellen en waarbij de concessie wordt toegewezen. Het is belangrijk dat de aan te wijzen concessiehouder bij het agentschap OPGROEIEN van de Vlaamse Overheid de beschikbare IKT-plaatsen aanvraagt. Daarom zou tegen midden maart 2026 de concessiehouder door de gemeente aangeduid moeten worden.

FASE 5  definitieve opmaak en ondertekening van de concessieovereenkomst.

 

Juridische gronden

● De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

● Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

● Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

● De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

● De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 40.

● Het Koninklijk Besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

● Het Koninklijk Besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

● Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

 

Argumentatie

 

In het kader van de opdracht “Concessie kinderdagverblijf Vosberg” werd een toewijzingsleidraad en een ontwerp van concessieovereenkomst opgesteld.

Aan de gemeenteraad wordt goedkeuring gevraagd voor beide documenten. Na goedkeuring van de toewijzingsleidraad word dit document opgestuurd naar de geselecteerd kandidate(n) die hun offerte voor 15 maart indienen. Einde maart zal de gekozen kandidaat-concessiehouder de beschikbare IKT-plaatsen aanvragen bij het agentschap Opgroeien van de Vlaamse overheid.

 

Financieel advies

 

Aan de goedkeuring van de leidraad zijn geen financiële consequenties verbonden.

 

BESLUIT:

Eenparig

 

Artikel 1: de raad keurt de toewijzingsleidraad en het ontwerp concessieovereenkomst voor de concessie van het nieuwe kinderdagverblijf Vosberg, zoals gevoegd in de bijlage, goed. 

Artikel 2: de raad geeft opdracht aan het college om deze beslissing verder uit te voeren.

 

Publicatiedatum: 31/03/2026
Overzicht punten

Financiële dienst. Raamovereenkomst voor technische en juridische ondersteuning bij rooilijn-en innameplannen, schattingsverslagen, onderhandelingen, verkoopovereenkomsten en terreinuitvoering. Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze

 

 

OZ.7. Financiële dienst. Raamovereenkomst voor technische en juridische ondersteuning bij rooilijn-en innameplannen, schattingsverslagen, onderhandelingen, verkoopovereenkomsten en terreinuitvoering. Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze

 

De gemeenteraad,

 

Feiten en context

Om in Wezembeek-Oppem een degelijk onderbouwd en proactief beleid inzake het onderhoud van de wegen en de aanleg van voet-en fietspaden te voeren, zullen eerst en vooral de rooilijnen in de gemeente moeten gedefinieerd worden. Vervolgens zullen voorafgaand aan elk project van aanleg van fiets-en voetpaden de innameplannen voor de desbetreffende straat moeten bepaald worden om na schattingsverslagen en onderhandelingsprocedures tot verkoopovereenkomsten te komen.

Om bovenstaande punten te realiseren, zoekt de gemeente meerdere schatters/landmeters om al deze stappen te begeleiden.

Hiertoe wordt een overheidsopdracht opgestart. Het bestek betreft een raamcontract op afroepbasis, waarbij per concrete opdracht een van de geselecteerde opdrachtnemers zal worden aangesteld volgens het cascade-systeem waarbij de aanbestedende overheid de mogelijkheid heeft om, na een eerste opdracht aan de best gerangschikte inschrijver toe te wijzen, ook een beroep te doen op de volgende in de rangschikking (maximaal 3 geselecteerden). Het sluiten van een overeenkomst op basis van onderhavig bestek geeft de dienstverlener aldus geen exclusiviteitsrecht. De opdrachtgever kan indien nodig gedurende de geldigheidsduur van het contract prestaties, identiek of analoog aan deze beschreven in dit bestek, laten uitvoeren door andere dienstverleners.

De raamovereenkomst houdt voor de aanbestedende overheid geen enkele verplichting tot afname in. Aangezien de toekomstige werken aan de infrastructuur van de gemeente nog bepaald moeten worden kan er geen raming voor deze overheidsopdracht gegeven worden. De bepalingen van onderhavig bestek scheppen geen enkel recht voor de opdrachtnemer op het realiseren van een bepaald afnamevolume of omzet.

De aanbestedende overheid behoudt zich het recht voor om, naar eigen behoefte en inzicht, bestellingen te plaatsen of geen bestellingen te plaatsen gedurende de volledige looptijd van de raamovereenkomst, zonder dat dit aanleiding kan geven tot enige vorm van schadevergoeding, prijsaanpassing of andere financiële compensatie aan de opdrachtnemer.

Het niet behalen van de geraamde hoeveelheden of het geheel of gedeeltelijk uitblijven van afnames, kunnen in geen geval worden beschouwd als een fout of nalatigheid van de aanbestedende overheid en geeft de opdrachtnemer geen enkel recht op vergoeding.”

 

Juridische gronden

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

        De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

        De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van 143 000 euro niet).

        Het Koninklijk Besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

        Het Koninklijk Besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 56, § 3, 5°, waarbij wordt bepaald dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht van dagelijks bestuur.

        Het gemeenteraadsbesluit van 21 december 2017 met de actualisatie van de definitie dagelijks bestuur, vanaf 21 december 2017.

        De omzendbrief van 10 februari 1998 (BS van 13 februari 1998) van de Vlaamse Regering betreffende overheidsopdrachten, kwalitatieve selectie van de aannemers, leveranciers en dienstverleners;

 

Argumentatie

Aangezien deze overheidsopdracht voorafgaandelijk aan elk project inzake aanleg/onderhoud van de infrastructuur van de gemeente moet gerealiseerd worden, is een goedkeuring van de gemeenteraad noodzakelijk.

Gelet op de moeilijkheid om een raming van de kosten van deze overheidsopdracht te bepalen, wordt er voorgesteld om met een breed raamcontract te werken met drie schatters/landmeters die volgens een cascadesysteem ingezet kunnen worden telkens wanneer een concreet project zich aandient.

In het meerjarenplan is er een budget voorzien van 250.000 € in 2026, 50.000 € in 2027 en van 50.000 € in 2030 en 50.000 € in 2031.

 

Financieel advies

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget van 2026 en volgende jaren, op registratiesleutel GE-22020007-020000-0302-0324.

Voorafgaand visum werd verleend door de financieel directeur.

 

BESLUIT:

Eenparig

 

 

Artikel 1: het bestek met nr. FIN/25-29/1061 opgesteld door de financiële dienst wordt goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het geamendeerd bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten.

Artikel 2: bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van een openbare procedure.

Artikel 3: de uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget van 2026 en de volgende jaren, op registratiesleutel GE-22020007-020000-0302-0324.

 

Publicatiedatum: 31/03/2026
Overzicht punten

Afdeling vrije tijd. BOA-project zomerstages 2026. Goedkeuring.

 

 

OZ.8. Afdeling vrije tijd. BOA-project zomerstages 2026. Goedkeuring.

 

De gemeenteraad,

 

Voorgeschiedenis

10 juni 2025: e-mail van het Agentschap Opgroeien betreffende de toekenning van een BOA boost-subsidie.

 

Feiten en context

Het Agentschap Opgroeien kent in 2025 en 2026 aan alle lokale besturen een subsidie toe voor de realisatie van de lokale regie van buitenschoolse opvang en activiteiten: de 'boost-subsidie'. Met deze subsidie kan je als lokaal bestuur maximaal toewerken naar een kwalitatief aanbod.

Voor Wezembeek-Oppem komt dit neer op:

        in 2025 een totaal bedrag van 204.432.8 euro.

        in 2026 een extra bedrag van 99.579.38 euro.

Het lokaal bestuur mag deze gebruiken voor:

        het financieren van kwalitatief en geïntegreerd aanbod,

        het organisatorische aspect van BOA (procesbegeleiding, coördinatie, participatietrajecten, pilootprojecten, ...

        investeringen in infrastructuur zoals multifunctioneel gebruik van bestaande infrastructuur, spelmateriaal, ....

Deze subsidie kan als reserve opgebouwd worden tot en met 31 december 2026. Het niet-bestede saldo wordt na afloop van deze periode teruggevorderd.

In de BOA-werkgroep van Wezembeek-Oppem, samengesteld uit de bevoegde schepenen en de lokale administratie, werd geopperd om in 2026 een pilootproject op te zetten voor zomerstages in Wezembeek-Oppem.

De doelen van het pilootproject zijn:

        verruimen van het aanbod voor kleuters

        een meer divers aanbod van thema's aanmoedigen (creativiteit, verbale expressie, muziek, fantasie, natuur, culinair of techniek en wetenschap.

        inzetten op kwalitatieve begeleiding van de stages

        de gemeentelijke infrastructuur optimaal inzetten voor gebruik voor zomerstages

 

Juridische gronden

        het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten.

        het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juli 2021 over het lokaal beleid, de samenwerking en de subsidie voor buitenschoolse opvang en activiteiten.

        beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 9 juli 2025 betreffende de aanvraag voor het ontvangen van de boost-subsidie BOA bij het Agentschap Opgroeien.

 

Advies

De evaluatie van het pilootproject zal voorgelegd worden aan het op te richten lokaal samenwerkingsverband.

Het project werd ter advies voorgelegd aan de Jeugdraad.

 

Argumentatie

Om de doelen van het pilootproject te realiseren staan in het project een aantal maatregelen:

        Om het verruimen van het aanbod voor kleuters te stimuleren en toegankelijk te houden, wordt voor kleuter-deelnemers inwoners van Wezembeek-Oppem een subsidie van 5 euro per dag toegekend, wat 2 euro meer is dan voor een kind van de lagere school.

        Om de toegankelijkheid te waarborgen, wordt de subsidie per deelnemer enkel toegekend voor stages waarvan de kostprijs niet meer dan 25 euro per dag bedraagt.
Ook wordt voorgesteld om, enkel voor stages met een kostprijs van maximaal 25 euro per dag, de grote zaal van het Forum en de bijhorende keuken aan een speciaal tarief 40 euro per dag ter beschikking te stellen.

        Om in te zetten op kwalitatieve begeleiding van de stages, kunnen de organisatoren van de stages aanspraak maken op een subsidie van 5 euro per dag als de begeleider/monitor van de stage een erkend attest heeft.

 

Omdat het gros van de BOA-basissubsidie zal ingezet worden voor de optimalisatie van de naschoolse opvang, is het idee om voor de zomerstages eveneens in te zetten op volgende vormen van ondersteuning via het subsidiereglement voor erkende verenigingen dat in de komende maanden herwerkt zal worden:

        de beschikbare gemeentelijke infrastructuur zou bij voorrang kunnen toegekend worden aan BOA-initiatieven van erkende BOA-partners en dit aan verlaagde tarieven,

        het subsidiereglement voor erkende verenigingen zou herschreven worden zodat niet enkel jeugdverenigingen zomerstages zouden kunnen aanbieden, maar ook sport- en socioculturele verenigingen. Ook zal bekeken worden hoe we de kwalitatieve begeleiding van vakantiestages kunnen aanmoedigen,

        In het kader van BOA zal de focus meer moeten liggen op opvang voor kleuters en kansentarieven om een zo breed mogelijk doelgroep te bereiken (gelinkt aan gebruik basissubsidie BOA)

De totale kostprijs van het pilootproject zal rond de 10.000 euro liggen en kan gefinancierd worden met de middelen van de BOA Boost-subsidie.

 

Financieel advies

Onder registratiesleutel GE-74099999-094501-0404-0441 zijn de nodige financiële middelen beschikbaar. Uitgaven zijn tevens voorzien onder registratiesleutels GE-61319999-094500-0404-0441 en GE-64920000-094500-0404-0441.

 

BESLUIT:

Eenparig

Stemming: (Stemming agendapunt)

 

14 stemmen voor: Nicolas CELIS, Jérôme Delcourt, Valentine Donck, Florence van Hecke, Benoît-Xavier Broze, Murielle Jaubert, Emmanuel Froidbise, Anne Bens-Sterkmans, Isabelle Riera Cardon de Lichtbuer, Eva Lauwers, Marina Siraut, Alain Braem, Nathalie Berg en Ronald Probst

2 stemmen tegen: Gwen Miserque en Gaëtan Matthys

 

 

Enig artikel: De raad stemt in met een afwijking op artikel 23 van het reglement 'gebruik door derden van het buurtcentrum Forum'. In het kader van het pilootproject  WO-epie Yeah voor vakantiestages in 2026 wordt een uitzonderlijk tarief toegekend aan de organisatoren waarbij zij 40 euro per dag voor de huur van de grote zaal Forum en de bijhorende keuken dienen te betalen. Dit enkel voor stages waarvan de kostprijs per deelnemer per dag maximaal 25 euro bedraagt. Indien de kostprijs per deelnemer per dag hoger ligt dan 25 euro bedraagt de prijs voor de huur van de grote zaal en de bijhorende keuken van het Forum 80 euro/dag.

 

Publicatiedatum: 31/03/2026
Overzicht punten

Cel milieu. Huishoudelijk reglement hondenuitloopzone "Het Hoeveke". Goedkeuring.

 

 

OZ.9. Cel milieu. Huishoudelijk reglement hondenuitloopzone "Het Hoeveke". Goedkeuring.

 

De gemeenteraad,

 

Feiten en context

Het college besliste op 21 oktober 2025 tot inrichting van een deel van perceel D/128W2 als hondenuitloopzone.

Een hondenloopzone is een omheinde ontspanningsruimte waar honden vrij kunnen rondlopen.

Het lokaal bestuur voorziet hiervoor de nodige infrastructuur (omheining, poort, infobord, vuilbakken, …) waar iedere gebruiker afzonderlijk zorg voor dient te dragen.

 

Juridische gronden

        decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikels 40, 41 en 326 tot en met 341;

        het bestuursdecreet van 7 december 2018;

        het algemeen politiereglement, in het bijzonder artikel 165.

 

Argumentatie

In het ontwerpreglement zijn afspraken en richtlijnen opgenomen met het oog op een veilig en duurzaam gebruik van de zone.

Het huishoudelijk reglement maakt afwijkingen op de bepalingen van het Algemeen Politiereglement mogelijk, bv. de uitzondering op het loslopen van honden.

Bespreking van de gedragsregels:

  1. Het is voor de hand liggend dat de uitloopzone voor honden enkel voorbehouden is voor  honden en hun begeleider(s). Andere dieren toelaten zorgt voor conflicten.
  2. De toegangsbeperking is reeds voorzien in het Algemeen Politiereglement, er wordt niet van afgeweken.
  3. Uit veiligheidsoverwegingen moet de toegangspoort onmiddellijk worden gesloten bij het betreden en het verlaten van de zone.
  4. De opsomming van de uitzonderingsbepalingen op de toegang voor honden is erop gericht om de risico's op ongevallen, agressie  en verspreiding van dierenziektes tegen te gaan.
  5. Omwille van conflictbeheersing moet een hond soms fysiek aangepakt kunnen worden. Met een harnas of halsband kan dit op een voor de begeleider veilige manier gebeuren. Dit houdt ook in dat bepaalde soorten van sliplijnen niet gebruikt kunnen worden tenzij de hond apart nog een vaste halsband draagt.
  6. De begeleider is steeds verantwoordelijk en aansprakelijk voor het gedrag van de dieren onder zijn toezicht.
  7. Uit veiligheidsoverwegingen mogen de honden pas worden losgelaten wanneer de toegangspoort weer is gesloten.
  8. Uit veiligheidsoverwegingen moet ieder dier dat agressie vertoont onmiddellijk uit de uitloopzone worden verwijderd.
  9. Deze regel is vanzelfsprekend.
  10. Deze regel is vanzelfsprekend.
  11. Deze bepaling is een herhaling van hetgeen voorzien is in het Algemeen Politiereglement.
  12. Deze bepaling is een herhaling van hetgeen voorzien is in het Algemeen Politiereglement.
  13. Deze bepaling is een herhaling van hetgeen voorzien is in het Algemeen Politiereglement.
  14. Deze regel is vanzelfsprekend. De bestraffing van overtreding kan in geen geval met een GAS-boete worden geregeld. De vaststelling van de overtreding moet dan ook door een in de wet voorziene persoon worden gedaan.

Bij het ontwerp werd rekening gehouden met de ontwerprichtlijnen van het departement Omgeving van de Vlaamse overheid.

De toegang tot het terrein wordt enkel mogelijk gemaakt via de Raymond Hernalsteenstraat.

Het aanwijzingsbord volgt het ontwerp van de losloopgebieden die elders door het Agentschap voor Natuur en Bos werden aangelegd. Het is een algemeen bekend ontwerp.

 

Financieel advies

Dit besluit houdt geen financiële verbintenis in vanwege de gemeente.

 

BESLUIT:

Eenparig

 

Enig artikel: Het ontwerp van huishoudelijk reglement voor de hondenloopzone "Het Hoeveke" wordt goedgekeurd. Dit huishoudelijk reglement wordt als bijlage aan deze beslissing gehecht om er integraal deel van uit te maken.

 

Publicatiedatum: 31/03/2026
Overzicht punten

Cel wonen. Nota werking Energiehuis - Cijfers. Kennisname.

 

 

OZ.10. Cel wonen. Nota werking Energiehuis - Cijfers. Kennisname.

 

De gemeenteraad,

 

BESLUIT:

 

 

Publicatiedatum: 31/03/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.